VESTING Alumni LinkedIn

Op 23 februari was het zover: het derde bedrijfsbezoek van dit studiejaar. Twintig econometristen togen naar Eindhoven om CQM te vereren met een bezoek en een beeld te krijgen van dit bedrijf dat is gespecialiseerd in toegepaste wiskunde, Operations Research en statistiek.

Na een reis van ruim 4 uur (onder meer veroorzaakt door mensen die onwel werden in de trein en computerstoringen rond Utrecht) kwamen we een uur te laat aan in Eindhoven. Vrijwel direct werd begonnen met de eerste van 5 bedrijfspresentaties. Deze werd verzorgd door Jaap Praagman, directeur van CQM. CQM is een bedrijf met 30 werknemers dat zich heeft gespecialiseerd in het oplossen van allerhande problemen met kwantitatieve methoden. CQM is actief op verschillende werkterreinen waar de andere presentaties, gegeven door werknemers die zich gespecialiseerd hebben op dit gebied, een beeld van zouden geven. De eerste van deze presentaties ging over problemen met logistieke netwerken. Bij dit type problemen kun je o.a. denken aan het bepalen van gunstige locaties voor magazijnen of het optimaliseren van een productieproces door eventuele knelpunten op te lossen. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van simulatie, zodat de klant direct een beeld krijgt van de oplossing van het probleem en niet hoeft te werken met ingewikkelde modellen. Deze klantgerichte aanpak is een belangrijke pijler van CQM. De volgende presentatie ging over werken als consultant bij CQM. Hier werd onder meer een beeld geschetst van een typische werkweek als consultant. Wat opviel is dat je als consultant vaak met meerdere problemen tegelijk bezig bent, wat het werk erg afwisselend maakt. Ook ben je zelf gedeeltelijk verantwoordelijk voor de acquisitie van opdrachten voor CQM als geheel, waardoor ook sociale vaardigheden zeer belangrijk zijn.

Aangezien tijdens deze laatste presentatie al enkele magen begonnen te rommelen, leek dit het juiste moment om de inwendige mens te versterken met een lunch in het PSV-stadion, dat op loopafstand van het bedrijfspand ligt. Na een uitgebreide lunch en een blik op het heilige gras was het tijd voor de laatste twee presentaties. De eerste ging over proces- en productontwikkeling en in het bijzonder wat een statisticus/ wiskundige hierbij kan betekenen. Een goed voorbeeld hiervan is het opzetten van een experiment om bijvoorbeeld een nieuw stoomstrijkijzer te testen om te zien na hoeveel tijd het apparaat kapot gaat. In Singapore zou men hiervoor iemand opsluiten in een kamer en hem non-stop laten strijken en stomen, maar aangezien dit in Nederland niet mag moet er een experiment opgezet worden. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan het verhogen van de zuurgraad van het gebruikte water om gebruik over langere tijd te simuleren en zo de slijtage te onderzoeken. Een leuk weetje is dat CQM onder andere bijdragen heeft geleverd aan bekende apparaten zoals de Philishave en de Beertender, wat aangeeft dat je ook daadwerkelijk iets terug kunt zien van je verrichte arbeid.

De laatste presentatie ging over het project Weigh in Motion, waarin een nieuw systeem is ontwikkeld om overbelading bij vrachtwagens en bussen te constateren. Het oude systeem dat gebruikt werd, had grote moeite om voertuigen te herkennen en daarom werd CQM ingeschakeld om dit probleem te verhelpen. Het nieuwe systeem meet met lussen in de weg de afstand tussen de assen van een passerend voertuig, maakt hier een eenvoudig plaatje van en vergelijkt deze met een database waarin allerlei basisplaatjes zijn opgeslagen. Door te kijken na hoeveel permutaties je van het gemaakte plaatje naar een basisplaatje komt, kun je erachter komen wat voor soort voertuig dit waarschijnlijk is. Dan is het alleen een kwestie van wegen en vergelijken met de maximaal toegestane belading.

Nu werd het tijd om zelf aan de slag te gaan met een case. Het betrof hier een probleem van het bedrijf CR-Delta, dat boeren een service aanbiedt om de melk te controleren op kwaliteit. Hiervoor worden monsternemers langs gestuurd bij boeren om monsters te nemen om de melk te testen. De vraag is nu wat de goedkoopste manier is om dit te doen, daarbij rekening houdend met bijvoorbeeld de reisafstand, de werkdagen van de monsternemers en nog enkele andere factoren. Door het probleem te modelleren als een Minimum Cost Flow probleem met een gerichte graaf, waar je de boeren als vragers en de monsternemers als aanbieders van monsternames ziet, is het mogelijk dit probleem gemakkelijk op te lossen. Met behulp van verschillende werknemers kon iedereen een oplossing vinden voor dit probleem. Na een borrel, waar het resultaat van het werk van CQM aan de Beertender aan den lijve kon worden ondervonden, was het tijd om Eindhoven te verlaten.

Niels Holtrop